Autisme en genen die 'uit' staan

door Tessa Dongelmans op 08-06-2011 om 21:43

Autisme is een stoornis die zich vooral uit in het sociale gedrag. Het kan de communicatie knap lastig maken en sommige mensen met autisme hebben ook begeleiding nodig. Wat precies de oorzaak is, of zelfs wat precies het probleem is is nog steeds vrij onduidelijk.

Lang werd er gedacht dat het wellicht een afwijking in de hersenen was die deze symptomen ten gevolgen had. Hoewel er in de hersenen van mensen met autisme wel verschillen zijn gevonden is dit volgens wetenschappers niet de directe oorzaak.

Nu zijn de wetenschappers opzoek geweest naar de genetische basis van autisme in de hersenen. De wetenschappers hebben weefsel onderzocht van de cerebrale cortex (de buitenkant van de hersenen) van 19 overleden mensen die aan autisme leden. Er werd specifiek gekeken naar welke genen er ‘aan’ en ‘uit’ stonden.

Aan en uitzetten van genen
Genen (stukjes DNA) zijn in feite de code voor hoe jouw lichaam er uit ziet. Ze liggen in een cel en bepalen de functie van de cel. Genen kunnen ‘aan’ en ‘uit’ worden gezet door middel van suikers. De suikers kunnen de genen als het ware inpakken, waardoor ze ‘uit’ worden gezet en ze niet meer worden gebruikt als code voor je lichaam. Wanneer een gen ‘aan’ staat zorgt dit ervoor dat de cel op een bepaalde manier werkt. De combinatie van genen die ‘aan’ en ‘uit’ staan zorgt er dus voor dat er zich bepaalde processen in het lichaam plaatsvinden.

Hersenen en genen van autisten
De wetenschappers hebben in eerste instantie gekeken naar weefsel aan de voorkant van de hersenen. Dit frontale gebied speelt namelijk een belangrijke rol bij sociaal gedrag. Er bleek dat dit weefsel bijzonder veel overeenkomsten vertoont met weefsel van andere delen van de hersenen. Bij mensen zonder autisme is er juist een duidelijk verschil te vinden tussen het weefsel van verschillende hersengebieden. Daarnaast bleek er dat er in de hersenen van mensen met autisme veel genen ‘uit’ stonden die belangrijk zijn voor de communicatie tussen hersencellen.

Hoewel dit een grote vondst is, kan het niet direct de symptomen van autisme verklaren. Maar wel is het duidelijk dat autisme een belangrijke genetische achtergrond heeft die grote invloed uitoefent op de hersenen.